verbond belangenhartiging vervolgingsslachtoffers

Wordt donateur
15 maart 2012

Wezen en incorrecte afhandeling JMW

Afhandeling wezen niet correct
De officiële termijn voor aanvragen voor een vergoeding uit het wezenfonds is gesloten. Dit betekent echter niet dat de zaken werden afgehandeld zoals het VBV zich dat had voorgesteld. Wel heeft het bestuur het gevoel alles te hebben gedaan om binnen de grenzen der mogelijkheden het recht te laten zegevieren. Los van de aanspraken van stateloze wezen die illegaal en vóór het stichten van de staat naar Israël in 1947 werden gestuurd en ook los van de individuele vorderingen werd gedacht dat de klus was geklaard.

JMW en de Uitkeringscommissie schrijven in het door henzelf opgestelde Uitkeringsreglement: “blijk van steun en solidariteit”. Kennelijk moet men dit niet al te letterlijk nemen want ondanks deze mooie kreten werden vier aanvragen afgewezen; zij bleken volgens dit reglement te laat ingediend.
Na enige druk van Gemeenschapsraad JMW en van VBV werden deze aanvragen alsnog behandeling genomen.
Drie van de vier werden alsnog geaccepteerd. Oeps, foutje, want een daarvan werd korte tijd later toch weer afgewezen, omdat men van mening was dat Le Ezrath geen officieel voogd zou zijn geweest. Vreemd en rigide besluit.
Bekend is dat L’Ezrath in hoge mate koersbepalend is geweest bij de individuele ontwikkeling van wezen; geen stap werd verzet zonder dat L’Ezrath richting bepaalde. In dit geval betrof het iemand die wel door L’Ezrath in een van de kindertehuizen was geplaatst; strikt naar de letter van de wet was L’Ezrath echter geen voogd van deze pupil. Gebruikt men zo veel autoriteit dan heeft men ook verantwoordelijkheden om over solidariteit maar niet te spreken. Dat nu werd door JMW niet erkend noch gehonoreerd.
De vraag is of een voogdijvereniging de verantwoordelijkheid af kan wijzen als men zich zo indringt in en bepalend is voor de totale jeugd van een pupil.

Op zijn zachtst gezegd: slordig!
De uitkeringscommissie formuleert als volgt:
“Op 5 januari 2012 hebben wij u – tot onze spijt – een onjuist bericht gezonden. Dit was het gevolg van een vergissing, een miscommunicatie. Wij hebben u daar onder het aanbieden van onze verontschuldiging op 13 januari over bericht. Daarbij hebben wij ook de motivering gegeven op grond waarvan u niet onder de doelgroep van de regeling valt. Wij menen dat een herstel van een onjuiste toekenning, nu dit zo snel heeft plaats gevonden, verantwoord is. Wij betreuren het dat u gedurende een week in de veronderstelling hebt geleefd dat u een uitkering toekwam, maar wij menen ook dat er geen reden is om alsnog tot toekenning over te gaan.”

Zo’n briefje is niet te rijmen met een ‘blijk van steun en solidariteit’. Het VBV is van mening dat als er fouten worden gemaakt men ook de consequenties daarvan moet aanvaarden en eerder gedane toezegging gewoon moet uitvoeren.

De vierde aanvraag werd zonder meer afgewezen. Bij de behandeling daarvan in bezwaar bleek dat de afwijzing mede het gevolg was van onduidelijkheden en niet gedefinieerde begrippen in het uitkeringsreglement.
Wij meenden de spelregels te kennen en veronderstelden dat de uitkeringen uit het wezenfonds zouden geschieden overeenkomstig de tekst van het reglement; lees ook de tekst zoals die door JMW is geformuleerd op hun website.
Wij blijken ons echter vergist te hebben gezien een antwoord dat ons afgewezen lid op zijn bezwaarschrift van de Uitkeringscommissie mocht ontvangen:
“U hebt onder meer gewezen op de tekst van de bekendmaking (de onderstaande tekst is een reglement en niet zo maar een bekendmaking: opmerking VBV) van de regeling, waaruit onvoldoende zou blijken welke beperkingen de regeling kent. De commissie erkent dat uit de tekst van die bekendmakingen niet zonder meer af te leiden is waar de grenzen van de regeling precies getrokken zijn.
Het spijt ons als daarmee een verwachting is gewekt die wij niet kunnen vervullen.”

Het reglement is dus, naar nu blijkt, onvolledig en onduidelijk en de ‘onafhankelijke’ uitkeringscommissie kreeg dus instructies van JMW die in het reglement onvermeld zijn en de commissie voert deze onvermelde regels nog uit ook. Met enig begrip en compassie had men de consequenties van deze grove fout gewoon moeten aanvaarden.
Verder blijkt uit de tekst op de website van JMW dat de Uitkeringscommissie zelf verantwoordelijk is voor de tekst van het reglement.
Voor het VBV-bestuur een onbegrijpelijke en slordige zaak waarbij die ‘blijk van steun en solidariteit’ volledig buiten zicht is gebleven. Het geeft echter wel inzicht in met welke onderhandelingspartners de gesprekken werden gevoerd.