verbond belangenhartiging vervolgingsslachtoffers

Wordt donateur
8 november 2017

VBV doet beroep op Kamercommissie Financiƫn inzake getto-uitkeringen

Via onderstaande brief werden de leden van de vaste Kamercommissie van Financiën nogmaals benaderd inzake fiscus en Duitse getto-uitkeringen.

Met ontsteltenis en ongeloof hebben wij kennisgenomen van het afgelopen vrijdag aan u toegezonden standpunt van de staatssecretaris van financiën inzake het fiscaliseren van Duitse getto-uitkeringen aan Nederlandse Holocaust-overlevenden.

De staatssecretaris volhardt in zijn standpunt dat de omstreeks 150 overlevenden die ooit als kind in het getto van Amsterdam hebben moeten werken thans in de inkomstenbelasting voor hun Duitse uitkering dienen te worden aangeslagen. “Het zijn uitkeringen van de Duitse overheid in de vorm van pensioen dat is verbonden met in de Tweede Wereldoorlog – tegen betaling – verrichte arbeid”, aldus de staatsecretaris. 

De Duitse overheid zelf ziet de uitkering echter nadrukkelijk als een vorm van smartengeld en keert de bedragen dus onbelast uit. Nederland wil echter graag een graantje meepikken. Bovendien deugen de gehanteerde argumenten niet. De getto-uitkering heeft alleen de schijn van pensioen doordat de Duitse wetgever bij de totstandkoming van de Wet ZRGB gebruik heeft gemaakt van ficties om in feite de betaling van smartengelden mogelijk te maken. Het ZRGB schept niet eens een recht op een uitkering als zodanig.

Het VBV is diep geschokt over de wijze waarop de Nederlandse overheid (kort na publicatie van het ontluisterende rapport over het Nederlandse Rode Kruis m.b.t. de Jodenvervolging) zich kil en zonder de geringste empathie jegens een zeer kleine groep Joodse landgenoten opstelt.

De ca 150 overlevenden die deze Duitse uitkering krijgen, hebben als kind hun steentje moeten bijdragen aan het familieonderhoud in een situatie en periode waarin ze door de bezetter vogelvrij waren verklaard en geen rechtsbescherming genoten van de Nederlandse overheid.

Het is bitter en wrang dat de huidige overheid thans meer gericht is op het fiscaliseren van het handjevol overlevenden dan het toentertijd gericht was op het bieden van bescherming aan hen. 

De staatssecretaris verschuilt zich achter een advies van de Landsadvocaat dat hij weigert openbaar te maken, hoewel uw Kamer al twee keer om dat advies heeft gevraagd. Maar zelfs een negatieve opinie van de Landsadvocaat behoeft de staatssecretaris er niet van te weerhouden gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om af te zien van een vermeend heffingsrecht en de wet hierop aan te passen. 

Het lijkt erop dat de Staatssecretaris hoopt dat de kwestie vanzelf overwaait en wacht tot de kleine groep mensen die het betreft er niet meer is. Wij roepen de Tweede Kamer op bij de behandeling van het Belastingplan aan dit onrecht een einde te maken per 1 januari 2016. Dat was ook de dag waarop eveneens op uw initiatief een einde kwam aan de fiscalisering van de gelijksoortige vergoedingen uit het artikel 2 Fonds. Wij zijn u voor uw ingrijpen destijds nog altijd dankbaar. Wij hopen dat de door de Staatssecretaris veroorzaakte grote onrust door u ook nu zal worden weggenomen. 

Namens het VBV-bestuur,
Flory Neter, voorzitter
Ronald Vecht (adviseur)