verbond belangenhartiging vervolgingsslachtoffers

Wordt donateur
7 januari 2013

Amsterdam had drie getto

Bij het bestuderen van de archieven van de Joodse Raad bij het NIOD in december 2012 heeft het bestuur van het VBV het onomstotelijk bewijs gevonden dat er op 21 april 1942 drie getto’s waren in Amsterdam, waarbij de getypte aanduiding op een lijst van de Heer Gombault handmatig is veranderd in Judenviertel.

Tijdens de laatste gesprekken met de Duitse overheid over toekenning van de getto pensioenen blijkt grote onduidelijkheid te bestaan over de situatie in Amsterdam in de jaren 1942 en 1943. Er wordt gesproken over een Judenviertel, de oude Joodsche buurt – waarmee het gebied aangeduid wordt in de binnenstad rondom het Waterlooplein – en over een Durchgangs getto, waarmee de hele stad wordt bedoeld. Sommige instanties veronderstellen dat alle aanwezige Joden in dit centrale gebied hebben gewoond wat fysiek onmogelijk is als men bedenkt dat het ambtenarenapparaat van de Joodse Raad tussen oktober 1941 en april 1943 14.951 verhuisvergunningen heeft verstrekt aan Joodse families in en buiten Amsterdam, die op last van de Duitse bezetters – met achterlating van hun hele hebben en houden – gedwongen werden te verhuizen.

Stratenlijst
Niet alleen heeft het VBV het bestaan van deze gettos kunnen aantonen. Ook zullen wij de Duitse overheid via onze advocaat Mr. Frank Mayer een officiële stratenlijst overhandigen “die voor verhuizing door Joden in aanmerking komen ter completeering van de kennis der toegelaten wijken”. Dat die lijst er kwam was ook wel nodig want op een geven moment woonden rond 77.000 joden in Amsterdam, waarbij in sommige wijken soms meer dan de helft van de bevolking Joods was. De organisatie van die verhuizingen zijn wij o.a. tegengekomen in een brief van 13 april 1942 waarin melding wordt gemaakt van een inventarisatie van adressen van Joden binnen en buiten Amsterdam die niet beperkt bleven tot de kustgebieden, zoals door de Duitsers werd verlangd. Speciaal wordt vermeld de acties van de ‘Amsterdamsche politiebeambten die in de groote winkelstraten huis aan huis onderzoek instelden of er Joden woonachtig zijn’ en het ‘uitzoeken van de namen van Joodsche gezinshoofden in de Joodsche wijken’ en de lijst met plaatsen en data van evacuatie opdrachten voor Noord-Holland tussen 17 april en 1 mei 1942.

Statistieken
Nauwkeurig werden statistieken bijgehouden over de aanvragen en uitvoering van verhuisvergunningen en evacuaties binnen en buiten Amsterdam. Het sterkst tot de verbeelding spreekt wel de onderstaande grafiek waar je als mens alleen maar stil van wordt.
Klik hier voor een vergroting

Verpauperisering Nederlandse Joden
Bij het doorbladeren van deze archieven raakt men meer en meer onder de indruk van de efficiëntie en coöperatie tussen de Duitse bezetter en het bestuur en de ambtenaren van de Joodse raad bij de georganiseerde deportatie van onze Joodse bevolking. Een van de meest opmerkelijke brieven was wel die van 27 maart 1942 over de “Pauperisering der Nederlandsche Joden” aan de Herrn Beauftragten des Reichskommissars waarin een opsomming werd gegeven van de door de Duitsers getroffen maatregelen die allemaal leidden tot de financiële verslechtering van de Joodse Gemeenschap en “Als door U aangestelde, verantwoordelijke leiders dezer gemeenschap zien wij met bezorgdheid hoe deze steeds armer wordt en daardoor zoowel thans als voor de toekomst voor groote moeilijkheden wordt gesteld.” De opsomming van maatregelen bestond uit 11 punten;

  1. Gedwongen sluiting van Joodse zaken
  2. Ariseering van bedrijven
  3. Evacuatie naar Amsterdam
  4. Evacuaties naar Westerbork
  5. Gedwongen verhuizing naar Amsterdam
  6. Verbod voor advocaten, medici, enz. om werkzaam te zijn voor niet-Joden
  7. Uitsluiting van musici, toneelspelers enz.
  8. Gedwongen opzegging van pachtcontracten en gedwongen verkoop van landbouwgronden
  9. Verordening 154/1941 over huur, opbrengst en kosten van onroerend goed en eigendommen
  10. Overbrenging van werkende Joden naar werkverruimingskampen
  11. Gedwongen verkoop van effecten.

Wij zijn het NIOD erkentelijk voor de medewerking die is verleend bij het bestuderen van deze archieven en zullen ook in de toekomst – indien noodzakelijk – gaarne gebruik maken van hun diensten.

Dit bezoek aan het NIOD werd gedaan door Flory en Eddy Neter, Arthur de Ruiter en Henry Neeter. Wij voelen ons gesterkt in onze positie tegenover de Deutsche Rente Versicherung en zullen ernaar blijven streven om de afhandeling van deze zaken zo goed en zo snel mogelijk te laten verlopen. Wij hebben hiertoe wederom de hulp ingeroepen van Mr. Frank Mayer, de Duitse advocaat die nog steeds de beschikking heeft over een uitgebreid dossier.

Een persoonlijke noot. Van 1945 tot en met 1951 heb ik samen met andere Joodse kinderen uit de buurt als o.a. Plotske, Roeg en de Leeuw op de openbare lagere school in de Jekerstraat gezeten. Nooit hebben wij ons gerealiseerd, noch is er op school of thuis over gesproken dat dit gebouw aan de Joodse Raad was verhuurd als school voor 500 Joodse kinderen, die of ’s ochtend of ’s middags in ploegen naar school kwamen. Pas na het vinden van een document van 10 februari 1943 heb ik mij gerealiseerd dat ik op dezelfde banken heb gezeten als kinderen die nooit meer zijn teruggekomen. Het maakt mij nederig, stil en dankbaar.

Henry Neeter.